Uit eten in Spanje

Nederlands Spaans
   
Goedenmorgen Buenos días
Goedemiddag Buenas Tardes
Goedenavond Buenas noches
Kan ik uw jas ophangen? ¿Puedo coger su chaqueta, señor?
Heeft u gereserveerd?  ¿Tiene usted reserva?
Wat is uw naam?  ¿Cómo se llama?
Kunt u dat spellen? ¿Puede delletrearlo?/¿Cómo se escribe?
De menukaart El Menú
Wilt u ook iets drinken? ¿Quiere algo para beber?
Kunt u dat nog eens herhalen? ¿Puede repetirmelo señor?
Het spijt me, maar deze drank hebben wij niet Me temo que no tenemos esa bebida
heeft u een keus kunnen maken? ¿ha elegido ya?
Eet smakelijk Que aproveche
Smaakt het? ¿Está todo bien?
Heeft het gesmaakt? ¿Disfrutó usted la comida?
wilt u een dessert? ¿Querría tomar postre?
Wilt u koffie? ¿Querría tomar un café?
Ik wens u nog een fijne avond Que tenga un buen día
Alstublieft Ahí tiene
Zinnen die gasten vaak vragen
Spreekt u Spaans? Habla usted inglés?
Weet u een goed (goedkoop) restaurant (hotel) in de buurt? Conoce usted un buen restaurante (hostal) barato cerco dáqui?
Heeft u een tafel voor ... personen? Tiene usted una mesa para.... personas?
We hebben onze keus nog niet gemaakt Ya no hemos escogido.
Wat kunt u aanbevelen? Qué puede usted recomendar?
Mag ik de wijnkaart, alstublieft? Deme la lista de vinos, por favor.
Waar blijft mijn bestelling? Porqué no viene lo que he pedido?
Dit heb ik niet besteld? Esto no lo he pedido
Welke smaken zijn er? Cuál gustos hay?
Waar zijn de toiletten? ¿Donde están las habitaciones?
Het heeft mij goed gesmaakt Estaba muy sabroso
Kan ik de rekening krijgen? La cuenta cuando pueda
De rekening klopt niet La cuenta no cuadra.
Hoe lang duurt het? ¿Cuánto tardará?

dagen van de week:

Maandag lunes
Dinsdag martes
Woensdag miércoles
Donderdag jueves
Vrijdag viernes
Zaterdag sábado
Zondag domingo

Zoeken in het woordenboek

Kies hieronder de taal van het woord van het te vertalen woord:

Voorbeeld uit woordenboek