Uit eten in Duitsland

Nederlands Duits 
   
Goedenmorgen Gutenmorgen
Goedemiddag Gutenmittag
Goedenavond Gutenabend
Kan ik uw jas ophangen? Kann ich Ihren Jacke aufhangen?
Heeft u gereserveerd? Haben Sie reserviert?
Wat is uw naam?  Was ist ihre Nahme?
Kunt u dat spellen? Konnen Sie das bitte buchstabieren?
De menukaart Die Speisekärte
Wilt u ook iets drinken? Möchten Sie etwas trinken?
Kunt u dat nog eens herhalen? Konnen sie dat bitte noch ein mahl wiederhohlen?
Het spijt me, maar deze drank hebben wij niet Es tut mir leit, aber diese Getränk haben wir nicht
heeft u een keus kunnen maken? Haben Sie ihren wahl gemacht?
Eet smakelijk Guten appetit
Smaakt het? Smeckt es?
Heeft het gesmaakt? Hat es ihnen gesmeckt?
wilt u een dessert? Möchten Sie einen Nachtisch?
Wilt u koffie? Möchten sie Kaffee?
Ik wens u nog een fijne avond Ich wunsche ihnen ein schönen abend
Alstublieft bitte
Zinnen die gasten vaak vragen
Spreekt u Duits? Sprechen Sie Deutsch?
Weet u een goed (goedkoop) restaurant (hotel) in de buurt? Wissen Sie in der Nähe ein gutes(billiges) restaurant(hotel)?
Heeft u een tafel voor ... personen? Haben Sie ein Tisch für ... Personen?
We hebben onze keus nog niet gemaakt Wir haben noch nicht gewählt.
Wat kunt u aanbevelen? Was können Sie empfelen?
Mag ik de wijnkaart, alstublieft? Könnte ich bitte die Weinkarte haben?
Waar blijft mijn bestelling? Wo bleibt meine Bestellung?
Dit heb ik niet besteld? Dies habe ich nicht bestellt?
Welke smaken zijn er? Welche Sorten haben Sie?
Waar zijn de toiletten? Wo sind die Toiletten?
Het heeft mij goed gesmaakt Es hat mir sehr gut geschmeckt
Kan ik de rekening krijgen? Der rechnung bitte?/ Darf ich zahlen?
De rekening klopt niet Die rechnung stimmt nicht
Hoe lang duurt het? Wie lange dauert es?

dagen van de week:

Maandag Montag
Dinsdag Dienstag
Woensdag Mittwoch
Donderdag Donnerstag
Vrijdag Freitag
Zaterdag Samtag
Zondag Sonntag

Zoeken in het woordenboek

Kies hieronder de taal van het woord van het te vertalen woord:

Voorbeeld uit woordenboek